Flesvoeding op de juiste temperatuur geven
Flesvoeding geef je het prettigst op een aangename temperatuur, ongeveer rond lichaamstemperatuur. Belangrijk is dat de voeding gelijkmatig warm is, zonder hete plekken.
Welke temperatuur is prettig
De meeste baby's drinken het fijnst als de voeding ongeveer lichaamstemperatuur heeft, dus lauwwarm. Te heet is onprettig en onveilig, te koud drinkt minder makkelijk.
Controleer de temperatuur altijd voordat je geeft, bijvoorbeeld door een paar druppels op de binnenkant van je pols te doen.
Waarom een flessenwarmer helpt
Een flessenwarmer verwarmt de fles geleidelijk en gelijkmatig, zodat er geen hete plekken ontstaan. Dat is rustiger en veiliger dan snel opwarmen.
Vooral bij de nachtvoedingen is een warmer prettig, omdat je niet hoeft te wachten bij een pan met water.
Opwarmen in de magnetron: liever niet
Een magnetron verwarmt ongelijkmatig en kan hete plekken in de voeding geven, met risico op verbranding. Gebruik je toch een magnetron, schud dan goed en controleer de temperatuur extra zorgvuldig.
Praktische tips
Een paar gewoontes maken het opwarmen veiliger en makkelijker.
- Schud de fles na het verwarmen zodat de warmte zich verdeelt.
- Test altijd een paar druppels op je pols.
- Verwarm niet langer dan nodig en bewaar opgewarmde voeding niet om later opnieuw te geven.
- Volg de bereidingsinstructies van de flesvoeding.
Op zoek naar een flessenwarmers en sterilisatoren?
Bekijk onze uitleg en vergelijking per soort.
Veelgestelde vragen
Hoe warm moet een flesje precies zijn?
Lauwwarm, ongeveer rond lichaamstemperatuur, voelt voor de meeste baby's prettig. Voor exacte richtlijnen kun je de instructies van de flesvoeding en het advies van het consultatiebureau of het Voedingscentrum aanhouden.
Mag ik een flesje opnieuw opwarmen?
Het advies is om opgewarmde voeding niet te bewaren en niet opnieuw te geven. Maak liever een vers flesje klaar. Houd hierbij de richtlijnen van het Voedingscentrum aan.